Weldra kom ik thuis

In dit vlakke land
loop ik mijn gebroken laarzen voorbij
mijn knieën kapot en krom

vanmorgen nog met drie maar nu
ben ik alleen
en ik moet door

een oude man
gaf ons voedsel
hij ging neer zonder een woord

en de wind, de wind, die ruist
ruist vanuit de graven
de schaduwen in nood.


Over dit bericht